Vooruitzichten financiële markten 2016 | In de ban van de divergentie

Algemeen

Na een turbulent beursjaar gaan we opnieuw een boeiende periode tegemoet. Ook in 2016 kijkt de markt met spanning uit naar het beleid van centrale banken. Kunnen zij hun geloofwaardigheid terugwinnen? En welke invloed hebben de economische, monetaire en politieke verschillen op de wereldwijde financiële markten? Wij delen onze zienswijze graag met u.

 

Economische groei

Wereldwijd komen economieën langzaam maar zeker op gang. De economische groei is nog wel laag, fragiel en de onderlinge verschillen zijn groot. Voor 2016 wordt een stijging van de wereldeconomie begroot van circa 3%.

De economie in de Verenigde Staten heeft een straatlengte voorsprong op de rest van de wereld. De werkloosheid is afgenomen tot het niveau (5%) waarop gesproken kan worden van ‘volledige’ werkgelegenheid. Maar de inflatie is laag en tot nu toe is nauwelijks sprake van loondruk. Voor de Federal Reserve (Fed) is dit lange tijd een argument geweest om een eerste renteverhoging uit te stellen. Voor 2016 wordt een gematigde groei van de economie verwacht van circa 2,5%.

Ook in Europa zijn steeds meer tekenen van verder economisch herstel. De consumptie is op niveau, de werkgelegenheid stijgt en de export spint garen bij de goedkope euro. Maar de lage inflatie en de hoge werkloosheid (ruim 10%) baren voorlopig nog zorgen. Voor de Eurozone wordt de groei in 2016 geraamd op 2%.

In opkomende markten is nauwelijks sprake van herstel. Veel landen zijn nog versuft van de dreun die ze het afgelopen jaar te verwerken kregen. De afhankelijkheid van olie en de hoge schuldenlast, in voornamelijk dure harde valuta, zijn hen opgebroken. De weg van herstel zal lang zijn.

De Aziatische regio zuchtte in 2015 onder de groeivertraging in China. Tezamen met een zwakke buitenlandse vraag liet dit haar sporen na. Met een verwachte groei van rond de 6% zijn de vooruitzichten aanmerkelijk beter dan van andere opkomende landen.

Ondanks alle stimulerende maatregelen blijft de groei van de Japanse economie achter. In 2015 haalde Japan de 1% groei niet en ook voor 2016 liggen de voorspellingen hier niet boven.

 

Rente en inflatie

Daar waar het herstel in de VS ruimte geeft om de rente te verhogen zijn we in Europa nog lang niet zover. De ECB heeft recent besloten om het opkoopprogramma (QE) te verlengen tot maart 2017. Op korte termijn kan dit een rentedaling veroorzaken, maar door de toenemende economische groei in de Eurozone verwachten we dat de rente op kapitaalmarkt (lange rente) in de loop van het jaar licht zal oplopen. De korte en lange rente blijven hiermee voorlopig op een relatief laag niveau.

Ondanks het feit dat de wereldeconomie herstelt (zowel in Europa als in de VS) is de inflatie zeer laag. De forse terugval op de financiële markten in augustus maakte zelfs het deflatiespook weer wakker. Het verruimingsbeleid van centrale banken heeft op dit gebied nog nauwelijks effect, maar inflatie is wel essentieel om te kunnen spreken van gezonde economische groei. De ontwikkeling valt deels toe te wijzen aan de historisch lage olieprijzen. Ook als we kijken naar de kerninflatie (inflatie exclusief voedsel- en energieprijzen) is deze nog altijd (te) laag. Voor de ECB blijft het stimuleren van de inflatie het belangrijkste aandachtspunt. Voor 2016 verwachten we dat het verruimingsbeleid langzaam haar vruchten zal afwerpen en dat de inflatie in zowel de VS als in de Eurozone zal oplopen. Het door de ECB gewenste inflatieniveau van 2% zien wij echter voorlopig niet in zicht komen.

 

Valuta

De opmars van de US dollar leek in het laatste kwartaal van 2015 niet te stuiten. Het ‘tegenvallende’ pakket aan maatregelen dat de ECB begin december presenteerde heeft echter gezorgd dat pariteit (EUR = USD) uitbleef. Als gevolg van de huidige divergentie tussen het beleid van de Fed en van de ECB zal dit niveau naar verwachting binnen enkele maanden worden behaald en valt een verdere daling van de Euro niet uit te sluiten.

De tegenkrachten zullen vervolgens hun werk gaan doen; De handelsbalans in de VS verzwakt, de concurrentiepositie van Amerikaanse bedrijven verslechtert en er komt een kapitaalstroom uit de VS op gang. Wij verwachten dat de euro hierdoor uiteindelijk later weer aan kracht zal winnen.

 

Obligaties

De eerste maanden van 2015 zag het er naar uit dat het weer een goed jaar voor obligaties zou worden. Als gevolg van een verder dalende rente (tot 0,25%) in het eerste kwartaal bleven de obligatiekoersen stijgen. In mei en juni leek sprake van een kentering. In korte tijd steeg de rente tot boven de 1%, maar zette al gauw weer een dalende trend in. In augustus leidde de acute onzekerheid op de aandelenbeurzen tot een stijging van de credit spreads (risico-opslagen). Vooral deze stijging was voelbaar, ook toen de rente later weer daalde naar het niveau van 1 januari van dit jaar. Wij verwachten dat de rente in de loop van het jaar licht zal oplopen. Als de markten tot rust komen zullen de credit spreads wellicht wat inlopen. Het blijft ook in 2016 een uitdaging om te beleggen in obligaties.

Vooralsnog blijven we onderwogen in staatsobligaties van Europese kernlanden. Kwalitatief hoog-waardige bedrijfsobligaties vinden we nog interessant, zolang de rente zich rond het huidige niveau bevindt. Zodra de rente oploopt zien wij cash als een tijdelijk alternatief. Gezien het feit dat de ECB alles doet om de inflatie te laten stijgen, kunnen ‘inflation linked’ obligaties (laag renterisico) een interessante aanvulling vormen op onze portefeuilles.

De markt voor hoogrentende obligaties biedt kansen. De vergoedingen voor het ‘extra’ risico vinden we aantrekkelijk. Bovendien is deze categorie ook nauwelijks gevoelig voor rentestijgingen. Omdat deze markt nog relatief onvolwassen en beperkt liquide is, kiezen wij ervoor om de selectie over te laten aan een gespecialiseerde fondsbeheerder.

Met obligaties van opkomende landen zijn we nog voorzichtig. Economisch gaat het in deze regio’s nu niet goed en de schulden in US dollars zijn hoog. Dit betekent overigens niet dat we veel defaults (faillissementen) verwachten. Voor de middellange termijn zien we voor deze obligaties voldoende rendementsperspectief.

 

Aandelen

Amerikaanse aandelen presteerden in 2015 sterk, al was het resultaat in euro’s vooral toe te schrijven aan de stijging van de dollar. Het is maar de vraag of zij deze status ook in 2016 waar kunnen maken. De gematigde groei zal een lichte stijging van de bedrijfswinsten tot gevolg hebben. Maar, wij denken dat Amerikaanse bedrijven hinder gaan ondervinden van de dure munt en de druk op de loonkosten. Bovendien zijn

Amerikaanse aandelen relatief duur (hoge koerswinst verhouding) en bestaat de dreiging van verdere renteverhogingen. Tenslotte zullen ook de politieke ontwikkelingen een rol gaan spelen in de aanloop naar de presidentsverkiezingen in november van dit jaar. Voor ons zijn het in ieder geval redenen om Amerikaanse aandelen in de portefeuilles te onderwegen.

Voor Europese aandelen zijn de perspectieven een stuk zonniger. Het consumentenvertrouwen neemt toe, de schuldenlasten dalen, de euro is goedkoop en aandelen zijn minder duur dan in de VS. Verder verwachten we dat beleggers uit de VS hun pijlen zullen richten op Europa. Meer dan genoeg argumenten om onze posities in Europa te overwegen. We zien daarbij ook een rol weggelegd voor small cap aandelen; niet alleen vanuit het oogpunt van diversificatie, maar ook met het oog op de toenemende activiteit op de overnamemarkt.

De Chinese economie heeft het vorig jaar met tegenvallers te kampen gehad. De vertraging van de groei, de forse beurscorrectie, het gewijzigde valutabeleid en de dreigende renteverhoging in de VS hebben geleid tot een kapitaaluitstroom. Ondanks het feit dat de groeivertraging waarschijnlijk ook de komende jaren doorzet, ligt de groei (circa 6%) nog altijd ruim boven de niveaus van de economieën in het westen. We verwachten dat de Chinese overheid alles zal doen om een harde landing van de economie af te wenden. Dit kan in de vorm van extra stimuleringsmaatregelen, maar ook een verdere devaluatie van de Yuan is denkbaar. De economie kan daarna stabiliseren waardoor op middellange termijn voldoende kansen aanwezig zijn.

Vooral Ontwikkeld Azië heeft last van de kwakkelende Chinese economie. De gevolgen zijn zelfs tot in het Westen voelbaar, maar de direct omringende landen betalen de hoogste prijs. In het bijzonder hebben grondstof exporterende landen als Indonesië en Maleisië het zwaar. Toch zien wij Azië als groeimotor voor de komende jaren. India is de parel van de regio met 7,5% groei. Het hervormingsbeleid van premier Modi werpt z’n vruchten af. Daarnaast stimuleert de overheid met haar monetaire beleid de economische groei en profiteert India juist van de lage grondstoffenprijzen.

Ook in Japan zal het succes afhangen van verdergaande stimuleringsmaatregelen door de overheid. Als Abenomics definitief wil slagen, is een breder pakket aan steunmaatregelen noodzakelijk en zullen de hervormingen van de economie in een straf tempo moeten worden doorgevoerd; de schuldenlast moet omlaag en de inflatie omhoog. De Japanse Yen is onverminderd goedkoop ten opzichte van de Amerikaanse dollar wat kan zorgen voor een positief sentiment. Voor wat betreft Japan zijn wij neutraal gewogen.

Opkomende landen hebben een dramatisch jaar achter de rug. De hoge schuldenlasten in US dollars, de lage olieprijs/grondstofprijzen, de dure US dollar en een kwakkelende Chinese economie hebben hun tol geëist. Landen als Brazilië, Argentinië en Rusland verkeren in een recessie. Er zijn tevens problemen in Oekraïne, Zuid-Afrika en Turkije. De valuta van deze landen zijn tot een historisch dieptepunt weggezakt. We zien een gevaar in de rentestijging(en) in de VS, maar het grootste gevaar vormt de veelheid aan (geo)politieke problemen. Zijn er dan geen lichtpuntjes? Jawel, landen zoals Midden- Amerika (Mexico, Colombia, en Chili) varen wel bij de groei in de VS. Ook in Zuid-Amerika lijkt het ergste achter de rug. De koers van de US dollar en de groei (stabiliteit) van de Chinese economie zullen sterk bepalend zijn voor het sentiment rondom aandelen in Emerging markets. Vooralsnog zijn onze verwachtingen matig en vinden we het te vroeg om posities uit te bouwen. We hanteren een neutrale weging.

 

Vastgoed

Beursgenoteerd vastgoed heeft in 2015 sterk gepresteerd. Wereldwijd was grote interesse voor vastgoed. De waarderingen zijn reëel, de dividendrendementen aantrekkelijk en omdat de rente laag is, zijn beleggers op zoek naar vermogenscategorieën die rendement opleveren. Wij waren enigszins terughoudend, omdat een dreigende renteverhoging in de VS normaliter een drukkend effect heeft op vastgoedaandelen. Hiervan bleek nu echter geen sprake.

Ook in 2016 zien wij een belangrijke rol weggelegd voor deze vermogenscategorie. Enerzijds is het vertrouwen in Europees vastgoed teruggekeerd nadat de Griekse crisis is afgewend, anderzijds blijft de rente nog altijd erg laag en zijn er voor beleggers weinig alternatieven. Tenslotte is vastgoed een aantrekkelijke investering in een omgeving waarin de inflatie oploopt.

Wij hebben een voorkeur voor Europees vastgoed omwille van de lage rente in Europa. In de VS verwachten we alsnog toenemende druk als de Fed de rente nog enkele malen zal verhogen.

 

Alternatives

Alternatieve beleggingen blijven een belangrijke rol spelen in onze visie. Nu de volatiliteit op de financiële markten toeneemt en de correlatie van traditionele assets steeds verder oploopt, hebben we behoefte aan beleggingen die minder afhankelijk zijn van rente- en aandelenmarkten. Onder deze categorie scharen we niet alleen hedge funds en onroerend goed, maar ook andersoortige beleggingen met afwijkende strategieën. Wij zien in deze categorie mogelijkheden om de beweeglijkheid van onze portefeuilles te verkleinen en toch een aantrekkelijk rendement te realiseren. Vandaar dat wij alternatieve beleggingen in onze allocatie overwegen.

 

Grondstoffen

Het overaanbod aan olie heeft in 2015 gezorgd dat de prijs naar een dieptepunt zakte. Voor een vat Brentolie (Noordzee olie) werd ultimo 2015 USD 37,9 betaald, terwijl een jaar eerder nog USD 56,10 werd betaald. De opleving in oktober werd na het bekend worden van een productiedaling in de VS ruw verstoord. Toen de OPEC wederom besloot het productieniveau niet te verlagen, kwam met het opheffen van de sancties tegen Iran, de focus weer te liggen op het overaanbod. In 2016 zal als gevolg van de wereldwijde groei de vraag naar olie langzaam toenemen. Daarnaast is de verwachting dat, vooral in de VS, het aanbod van schalieolie verder afneemt. Het lijkt erop dat de olieprijs dan weer langzaam de weg omhoog kan vinden. 

Goud heeft haar rol als veilige haven ook het afgelopen jaar niet waar kunnen maken. Beleggers verkozen ten tijde van onzekerheid cash boven goud. De prijs wordt verder gedrukt door de aanstaande renteverhoging(en) in de VS. Omdat op goud geen rente wordt vergoed, is het voor beleggers minder aantrekkelijk om goud te verkiezen boven cash. De verwachting is dat de Fed de rente in 2016 meerdere malen zal verhogen. Een verdere daling van de goudprijs ligt daarmee voor de hand.

 

Duisenburgh Vermogensregie B.V.

Januari 2016

 

 

 

Disclaimer
Duisenburgh Vermogensregie B.V. heeft een vergunning en staat onder toezicht van de Autoriteit Financiële markten en 
De Nederlandsche Bank. De informatie die is opgenomen in deze publicatie is uitsluitend bestemd voor algemene doeleinden. 
Deze informatie biedt onvoldoende basis voor een beleggingsbeslissing. 
Wij adviseren u voorafgaand aan een eventuele actie deskundig advies in te winnen. 
Deze publicatie is geen aanbod en u kunt aan deze publicatie geen rechten ontlenen.