De vrijgestelde beleggingsinstelling

Voor ondernemers die binnen de BV vermogen hebben opgebouwd, biedt de vrijgestelde beleggingsinstelling (VBI) een fiscaal voordeel. Bepaalde rechtsvormen, in Nederland de NV en het fonds voor gemene rekening, die zich bezighouden met collectief beleggen, kunnen namelijk verzoeken om vrijstelling voor de heffing van vennootschapsbelasting. Zij moeten wel voldoen aan een aantal voorwaarden. De laatste actualiteiten rondom de VBI en de VBI-voorwaarden zetten wij voor u uiteen.

 

Vrijgestelde beleggingsinstelling: voor wie interessant?

Bij veel financieel planners leeft het beeld dat de VBI alleen geschikt is voor de absolute top van de private-banking markt. Maar vergeleken met de andere alternatieven ‘Beleggen BV of privé’ is de VBI al snel voordeliger. Ten opzichte van de belaste BV is er immers altijd een besparing van de vennootschapsbelasting.

 

Rechtsvorm

De wet schrijft voor dat de VBI een effecteninstelling is in de zin van WFT. Vrijwel altijd kiest men daarom voor een NV, omdat een BV niet kwalificeert. Het laatste jaar kiezen wij daarentegen steeds vaker om de VBI op te zetten als een fonds voor gemene rekening. Dit heeft als voordeel dat de VBI in het handelsregister geen jaarstukken hoeft te publiceren wat veel vermogenden in het kader van hun privacy weten te waarderen.  Bij het opzetten van een VBI vindt vaak een juridische (af)splitsing van de Holding BV plaats. Voor DGA’s die regelmatig dividend uit hun onderneming naar hun holding BV uitkeren, zou dit onder de VBI-voorwaarden kunnen betekenen dat zij meerdere VBI’s gaan krijgen. Inmiddels is echter duidelijk dat het toegestaan is om af te splitsen naar de reeds bestaande VBI.

 

Minderheidsaandeelhouder en de vrijgestelde beleggingsinstelling

Een VBI dient voor collectieve belegging. De belastingdienst verstaat hieronder dat de directeur-grootaandeelhouder (DGA) maximaal 90% van de VBI-aandelen mag bezitten. Als minderheidsaandeelhouder is de echgeno(o)t(e) van de DGA toegestaan, mits het echtpaar onder huwelijkse voorwaarden is gehuwd. In de praktijk betekent dit vaak dat aan de huwelijkse voorwaarden moet worden gesleuteld.  Vanwege emotionele bezwaren of echtscheidingsrisico’s is dit echter niet altijd even wenselijk. Een andere optie is dat de echtgeno(o)t(e) een geldlening aangaat waarbij de DGA niet mag zijn betrokken. Ons is inmiddels duidelijk dat veel private banks uit commerciële motieven bereid zijn de echtgeno(o)t(e) blanco te financieren of uitsluitend met het minderheidsbelang in de VBI als zekerheid. Om de echtgeno(o)t(e) dan in staat te stellen om de rente en aflossingen te voldoen, betekent dit wel hij/zij over inkomsten moet beschikken. Een oplossing is om jaarlijks een periodiek verrekenbeding uit te voeren.

Combinatie met een schenkingsplan?

In plaats van de optie met de echtgeno(o)t(e) als minderheidsaandeelhouder, heeft het vaak onze voorkeur om de VBI te combineren met een schenkingsplan. De kinderen van de DGA worden dan minderheidsaandeelhouder. Aandachtpunt hierbij is de familieverhouding. Door het open end-karakter is een VBI namelijk verplicht om aandelen in te kopen wanneer het kind deze aanbiedt. De consequentie kan dan zijn dat het kind de vrije beschikking krijgt over het vermogen en dat de ouder bovendien niet langer een VBI heeft.

Al met al blijft de VBI zeer interessant. Het adviseren van de VBI is één ding; de uitdaging zit in het passend maken. De financieel planner kan hierbij bij uitstek de regisseur zijn tussen de cliënt en diens belastingadviseur, notaris, accountant en bank.