Laatste ontwikkelingen in de werkkostenregeling

Als werkgever kunt u gebruik maken van de werkkostenregeling (WKR). U mag 1,5% (2013) van het totale fiscale loon (vrije ruimte) gebruiken voor onbelaste onkostenvergoedingen en verstrekkingen voor uw personeel. Het gaat hierbij bijvoorbeeld om kerstpakketten, fietsen en parkeergelden. De vrijstelling geldt niet voor boetes of een auto van de zaak. Wij informeren u graag over de laatste ontwikkelingen in de werkkostenregeling.

 

Het is de bedoeling dat de werkkostenregeling het systeem van vrije vergoedingen en verstrekkingen vervangt. De werkkostenregeling geldt sinds 1 januari 2011. U kiest of u gebruikt maakt van de werkkostenregeling of van de oude regelingen voor vrije onkostenvergoedingen en verstrekkingen. Dat kan tot en met 2014. Vanaf 2015 geldt alleen nog de werkkostenregeling. Eerder kon u tot en met 2013 kiezen voor de werkkostenregeling. Het keuzesysteem is met 1 jaar verlengd.

 

Redenen verlenging

Tijdens het Algemeen Overleg van 27 maart 2013 tussen de Tweede Kamer en de Staatssecretaris van Financiën is onder andere de Werkkostenregeling aan de orde geweest. Het is geen optie om de werkkostenregeling af te schaffen. Ook is het geen optie om de werkkostenregeling en de huidige overgangsregeling naast elkaar te laten bestaan. De Staatssecretaris hoopt dat concrete voorstellen om de wet daadwerkelijk te wijzigen in het pakket Belastingplan 2014 (Prinsjesdag) terecht komen. Vandaar dat de Staatssecretaris heeft aangekondigd dat de verplichte toepassing van de werkkostenregeling pas vanaf 1 januari 2015 gaat gelden.

 

Noodzakelijkheidscriterium

De Staatssecretaris wil de werkkostenregeling bovendien vereenvoudigen en daarmee aantrekkelijker maken voor het MKB. Het doel is om het belastingvrij verstrekken van werkmiddelen eenvoudiger te maken en de bijbehorende administratieve lasten te verminderen. Via een verkenning worden de mogelijkheden voor vereenvoudiging in kaart gebracht. Eén van de mogelijkheden die wordt onderzocht is om het werkplekcriterium te vervangen door het noodzakelijkheidscriterium. Dit criterium wordt gedefinieerd als ‘een vergoeding of verstrekking voldoet aan het noodzakelijkheidscriterium en vormt dus geen belastbaar loon als deze in redelijkheid noodzakelijk is voor de behoorlijke vervulling van de dienstbetrekking’. Het gaat om zaken waardoor de werknemer zijn werk beter kan doen en de werkgever dat ook vindt en uit dien hoofde een dergelijke vergoeding of verstrekking geeft.

 

In de verkenning wordt opgemerkt dat het noodzakelijkheidscriterium zich in het algemeen niet leent voor uitzonderingen. Echter, in sommige gevallen is het privévoordeel zo nadrukkelijk aanwezig en ook zo substantieel van omvang, dat het in strijd zou zijn met de maatschappelijke opvattingen om dat privévoordeel buiten aanmerking te laten. Hierbij valt te denken aan een door de werkgever ter beschikking gestelde auto, of huisvesting door of vanwege de werkgever.