Van eenmanszaak naar bv: hoe werkt dat?

Een bijdrage door:
Joris de Man
Fiscalist | Financieel Planner |

In onze vorige publicatie hebben we laten zien hoe Duisenburgh samen met de ondernemer bekijkt wat de juiste bedrijfsvorm voor hem of haar is. De wensen en behoeften wat betreft doelen, groei, risicobeheersing, continuïteit en opbouw van vermogen van de ondernemer staan hierbij centraal.

Als vervolgens blijkt dat een bv voor de ondernemer de beste vorm is, dan zetten we samen de volgende stappen. Wat komt er zoal bij kijken om een eenmanszaak of vennootschap onder firma in te brengen in een bv?

Twee routes

Grofweg zijn er twee mogelijkheden:

  • Route 1 waarbij je afrekent met de Belastingdienst over aanwezige goodwill en opgebouwde meerwaarde, ook wel de ruisende inbreng
  • Route 2 waarbij je geruisloos en zonder belastingheffing de onderneming inbrengt.

Niet afrekenen met de Belastingdienst klinkt menig ondernemer natuurlijk als muziek in de oren!

Maar beide varianten hebben zo z’n voordelen. Heb je als ondernemer nog geen vermogen opzij gezet voor inkomen vanaf pensioendatum? Dan is het bij de overgang naar de bv mogelijk om dit via de ruisende inbreng goed te regelen. De winst die bij staking wordt gerealiseerd mag de ondernemer namelijk uitstellen en vanaf AOW-datum in jaarlijkse stapjes betalen.

Heb je daarentegen veel meerwaarde opgebouwd in bijvoorbeeld zakelijk onroerend goed dat je wilt verhuren zodra je stopt met ondernemen? Dan kan geruisloos doorschuiven juist interessant zijn. Afrekenen is dan niet nodig. En met de huurinkomsten keer je jezelf salaris uit. Op deze manier zijn de belastingkortingen ook na AOW-datum maximaal te benutten. Blijkt juist dat onroerend goed beter niet ingebracht kan worden en de rest van de onderneming wel? Dan is dit ook mogelijk. Het vinden van de juiste route voor de ondernemer is onze uitdaging.

Onderhandenwerklijst

Vervolgens informeren wij de notaris hoe de onderneming ingebracht wordt. Wij bereiden de benodigde documenten voor. Met behulp van een duidelijke onderhandenwerklijst volg je alle stappen. Het is direct duidelijk wie wat moet doen. Is de notaris aan zet? Wat dient er administratief geregeld te worden? Is de ondernemer aan de beurt om relaties, de huisbank of de leasemaatschappij te informeren over de wijziging van rechtsvorm? Dit ziet iedereen continu goed terug op deze lijst. Door het proces op deze manier te managen en te monitoren, zijn deze complexe trajecten vlot geregeld. En als ondernemer weet je op elk moment waar je aan toe bent.

Voorbeeld stappenplan:

  • Opstellen intentieverklaring en registratie Belastingdienst voor inbreng met terugwerkende kracht
  • Bepalen route van inbreng ruisend of geruisloos
  • Opstellen inbrengbeschrijving voor notaris
  • Opstellen inbrengbalansen voor notaris
  • Verzoek Belastingdienst om bij de geruisloze inbreng de verkrijgingsprijs vast te stellen
  • Aansturing notaris bij oprichting en inbreng Holding en Werkmaatschappij
  • Bepalen directeurssalaris
  • Opstellen arbeidscontract
  • Opstellen lijfrenteovereenkomst
  • Opstellen rekening-courantovereenkomst

Je ziet de inbreng van een eenmanszaak of vennootschap onder firma is een uitgebreid proces, dat bovendien maatwerk is. Daar helpen wij je graag bij. Wij hebben inmiddels veel ervaring in het op maat gieten van dit proces. We werken daarin nauw samen met verschillende notarispraktijken. Benieuwd wat jouw mogelijkheden zijn? We staan je graag te woord!

Disclaimer
De verstrekte informatie mag u nimmer opvatten als een persoonlijk advies. U dient de juistheid en volledigheid van deze informatie altijd te verifiëren en in samenspraak met uw adviseur om uw persoonlijke situatie te bespreken.

BV alleen aantrekkelijk bij 130.000 euro nettowinst?

Een bijdrage door:
Mariëlle Weichert
Relatiebeheerder / Adviseur MKB

Nu we al die gezelligheid en feestjes moeten missen, vraag ik mij af: ‘Waar wordt nu dan het altijd dankbare onderwerp “ondernemer en belastingbesparing” besproken?’. Misschien wel een goed moment om het er hier over te hebben.

Want wat kun je nu het beste doen als je ondernemer bent, of voornemens bent te worden? Kies je voor een bv, want: minder risico om privé aangesproken te worden op je kapitaal en dat van je eventuele partner. Bovendien klinkt dat belastingpercentage van 15% vennootschapsbelasting veel aantrekkelijker dan die 49,5% in de Inkomstenbelasting.
Dus wanneer kies ik voor die bv? En als ik al IB-ondernemer ben, wanneer is dan het beste moment om mijn eenmanszaak in te brengen in een bv? Dit zijn veel voorkomende vragen die ik in de praktijk tegenkom bij onze cliënten. Vooral nu de zelfstandigenaftrek steeds verder en sneller afgebouwd wordt (van € 7.030 in 2020 tot € 3.240 in 2036) en het vennootschapsbelastingpercentage gedaald is van 20% naar 15%, lijkt het veel aantrekkelijker te worden de bv in te stappen.

De afgelopen jaren hebben wij verschillende ondernemers begeleid in dit traject. En telkens bleek al snel dat er veel meer bij komt kijken dan de eenvoudige optelsom dat het ‘rond de nettowinst van € 130.000’ fiscaal gunstiger is om een bv in te gaan.

Sterker nog: we hebben een lokale ondernemer een bv in laten gaan die de € 130.000 grens helemaal niet haalde. Maar uit diverse gesprekken bleek dat er heel andere behoeften meespeelden dan enkel fiscaal voordeel. Risicoverlaging was voor deze ondernemer met jonge kinderen en de aankoop van een eerste eigen woning doorslaggevend. En met het oog op de toekomst en alle strategische ideeën die in zijn hoofd speelden, bleek een bv-structuur de enige juiste.

We zijn inmiddels twee jaar verder. De betreffende ondernemer heeft zijn ideeën uitgevoerd, waardoor zijn activiteiten een flinke groei maakten. De cashflow die niet afvloeide naar de Belastingdienst, investeerde hij in zijn bedrijf. Inmiddels is hij zover dat hij ook profiteert van de fiscaal gunstigere percentages, uitstel van belasting en andere mogelijkheden in een bv.

Het omgekeerde heb ik de afgelopen jaren ook gezien: ondernemers die ruim boven het € 130.000 nettoresultaat zitten, maar toch beter ‘IB-ondernemer’ kunnen blijven in de eenmanszaak. Want hoe aantrekkelijk een bv op papier ook lijkt, het is in de praktijk altijd maatwerk.

Het is een interessant proces dat ik samen met de ondernemer doorloop. We ontdekken de toekomstplannen. En bespreken de wensen en behoeften wat betreft doelen, groei, pensioen en opvolging. Ook de privéomstandigheden, zoals partner en kinderen, nemen we mee in de overweging. Ik leg de verschillen uit tussen een IB-ondernemer en de directeur groot aandeelhouder (DGA) van een bv. En begeleid de ondernemer het gehele proces. Hierin kan ik altijd terugvallen op een team van fiscale en financiële experts. Dat is nou precies wat mijn werk zo leuk maakt.

Hopelijk krijgen we dit nieuwe jaar weer veel mogelijkheden om op feestjes deze fijne topics te bespreken. Mocht het toch tegenvallen, levert het nog meer vragen op of wilt u er een keer met mij over sparren? Dan hoop ik u binnenkort in onze spreekkamer te ontmoeten.

Disclaimer
De verstrekte informatie mag u nimmer opvatten als een persoonlijk advies. U dient de juistheid en volledigheid van deze informatie altijd te verifiëren en in samenspraak met uw adviseur om uw persoonlijke situatie te bespreken.

Inkijkje belastingplan 2021

De kabinetsplannen voor 2021

De impact van de coronapandemie laat zich ook in de economie voelen. De kabinetsplannen voor 2021 bevatten dan ook veel extra maatregelen om de economie door de crisis te loodsen. In deze bijdrage vindt u een greep uit het Belastingplan van 2021 en de aanvullende maatregelen.

Klik hier om een kijkje te nemen in het belastingplan van 2021.

Heeft u na het lezen van dit artikel nog vragen? Neem dan gerust contact met ons op, wij helpen u graag verder.

Team Duisenburgh wenst u veel geluk, goede gezondheid en financieel comfort in 2021!

Casus uit de praktijk

Een bijdrage door: mr. J. de Man Fiscalist / Financieel planner

De oprichting van een Open Fonds voor Gemene Rekening

Begin dit jaar hadden Christiaan van Elssen (Beleggingsadviseur) en ik, Joris de Man een kennismakingsgesprek met een cliënt over het beleggen van zijn vermogen. Uiteindelijk hebben we een anonieme structuur opgericht in de vorm van een Open Fonds voor Gemene Rekening (OFGR) om te gaan beleggen.

Duisenburgh volgt de visie om voorafgaand aan de invulling van de beleggingsportefeuille, eerst de totale vermogenspositie in kaart te brengen. Dit doen we door middel van een financieel plan. Zo bepalen we samen een duidelijke koers. Dit plan is geen uitgebreid boekwerk, maar een rekensheet met aandachts- en adviespunten om direct concrete vervolgstappen te zetten.

Door het opstellen van een financiële planning maken we over een langere periode de ontwikkeling van privé-, en eventueel ondernemingsvermogen, inzichtelijk. Voor ons geeft dit inzicht in de actuele belastingdruk, inkomensbehoefte vóór en na pensioendatum en de geldstromen.

Aan de hand hiervan adviseren wij cliënten over o.a.:

  • Fiscale en financiële optimalisatie
  • Mogelijkheden tot eerder stoppen met werken
  • Beleggen van vermogen
  • Vermogens- en bedrijfsoverdracht

De tussenstap van de financiële planning is van belang om de beleggingshorizon, allocatie en omvang van de beleggingen te bepalen. Moet je nu beleggen in privé of juist in de BV om het maximale rendement onder aan de streep over te houden? Fiscaliteit speelt namelijk een grote rol bij het behalen van het hoogste nettorendement binnen het gekozen mandaat. Zo is er over het algemeen netto een hoger rendement op beleggingen met een defensief karakter in de BV te behalen en in privé juist met een offensievere strategie.

Duisenburgh bundelt kennis omtrent fiscaliteit, beleggen en financiën. Zo voorzien we de cliënt zo goed mogelijk van advies en zorgen we ervoor dat dit daadwerkelijk wordt uitgewerkt. Dat is onze kracht.

Anonieme juridische structuren

Tijdens de bespreking van de financiële planning en het afstemmen van het beleggingsmandaat bleek  dat beleggen vanuit een BV in box 2[1] het beste bij de wensen (risico & rendement) van onze cliënt aan te sluiten. Al pratende over een zogenoemde kasgeld vennootschap werd duidelijk dat deze cliënt gezien zijn huidige functie niet publiekelijk bekend wilde worden als vermogend persoon. Door de introductie van het UBO-register viel de route om een BV op te richten om daar privévermogen in te storten alsnog snel af.

Omdat we als kantoor ervaring hebben met het opzetten van anonieme juridische structuren, hebben we uiteindelijk een Open Fonds voor Gemene Rekening (OFGR) opgericht. Dit fonds is vanwege haar open karakter belastingplichtig voor de vennootschapsbelasting (box 2) en hoeft geen jaarcijfers te deponeren bij de Kamer van Koophandel omdat het daar niet wordt geregistreerd. Via een verzoekschrift wordt het OFGR aangemeld bij de Belastingdienst. Zij reiken een fiscaal nummer uit om jaarlijks aan de aangifteplicht te voldoen.

Betaalrekening openen

Binnen 3 maanden na oprichting van het OFGR heeft de Belastingdienst het fiscale nummer toegekend. In de tussentijd zijn we aan de slag gegaan met de inrichting van de beleggingsportefeuille en het openen van een betaal- en beleggingsrekening. Met name het openen van een betaalrekening voor een OFGR kan lastig zijn. Door de strikte controleplicht in het kader van de Wwft zijn grootbanken terughoudend. Duisenburgh Vermogensregie heeft zelf de toegang tot een erkend platform om een betaalrekening te openen en kan dit ook voor u in orde maken.

Bent u ook benieuwd of beleggen in privé of in de BV (of een combinatie daarvan) het beste bij uw wensen en financiële situatie past? Neem dan gerust contact met ons op voor het plannen van een afspraak.

Lees ook het eerder geschreven artikel door Joris de Man over het UBO-register.
Financiële belangen in bedrijven per 27 september a.s. openbaar in het UBO-register

[1] Een BV, NV of vergelijkbare entiteit met een belang van minimaal 5,0%.

Financiële belangen in bedrijven per 27 september a.s. openbaar in het UBO-register

Een bijdrage door: mr. J. de Man Fiscalist / Financieel planner

Hoe kan ik mijn zakelijke vermogen anonimiseren?

Vanaf 27 september 2020 dienen alle ondernemers met een direct of indirect belang van 25% of meer in een organisatie, zoals een BV, NV of VOF, zich te registreren in het UBO-register.
UBO staat voor Ultimate Beneficial Owner, ofwel uiteindelijk belanghebbende van een organisatie.

Het register vloeit voort uit Europese regelgeving om meer grip en inzicht te krijgen op financiële transacties binnen organisaties. Doel is misbruik van het financiële stelsel voor witwaspraktijken en terrorismefinanciering te voorkomen, doordat betrokken personen zich niet meer kunnen verschuilen achter juridische entiteiten.

Bepaalde informatie uit het register is straks openbaar en tegen betaling voor iedereen toegankelijk. Organisaties zoals de Financiële inlichtingen eenheid en bevoegde autoriteiten (zoals AFM en DNB) hebben ook toegang tot alle gegevens. Deze laatste twee organisaties houden ook toezicht op de dienstverlening van Duisenburgh Vermogensregie.

Welke gegevens worden openbaar?

  • naam;
  • geboortemaand en -jaar;
  • nationaliteit;
  • woonstaat;
  • de aard en omvang van het economische belang van de UBO. Vanwege de privacy van de UBO wordt niet het exacte percentage geregistreerd, maar wordt alleen gewerkt met bandbreedtes van 25, 50, 75 en 100 procent.

Hoe is mijn vermogen straks te herleiden?
Door de publicatie van jaarcijfers bij de Kamer van Koophandel te koppelen aan het UBO-register, is straks eenvoudig in een bepaalde bandbreedte te achterhalen welk financieel belang u houdt in uw organisatie. Mede hierdoor is onze ervaring dat niet elke ondernemer de invoer van het UBO-register toejuicht.

Binnen het huidige systeem is het nog mogelijk om als aandeelhouder van een vennootschap met een groot vermogen, niet publiekelijk op de radar te komen. Bijvoorbeeld als een vennootschap meer dan één aandeelhouder heeft, of als aandelen zijn gecertificeerd door het tussenvoegen van een Stichting Administratiekantoor. Daar brengt het UBO-register verandering in.

Zakelijke vermogen toch anoniem houden?
Uw zakelijke vermogen is ook na de registratie in het UBO-register in bepaalde gevallen anoniem te houden. Dit kan door een Open Fonds voor Gemene Rekening (OFGR) boven uw vennootschap te voegen. Eén van de grote voordelen van het OFGR is dat deze juridische entiteit niet wordt ingeschreven in het handelsregister van de Kamer van Koophandel. Het fonds hoeft dus ook geen jaarcijfers te publiceren. Uw betrokkenheid bij een OFGR wordt wél in het UBO-register opgenomen. Er valt echter niet te herleiden hoeveel vermogen in het fonds is ondergebracht.

Oprichting Open Fonds voor Gemene Rekening
Duisenburgh heeft in de afgelopen jaren in overleg met de Belastingdienst meerdere fondsen opgericht. Wilt u dit jaar nog uw vermogen anonimiseren? Neem dan gerust contact met ons op voor het plannen van een afspraak.

Wat is een schenking op papier?

Wanneer u uw vermogen overdraagt op uw kinderen, wilt u zo min mogelijk belasting betalen. Met een schenking op papier betalen uw kinderen mogelijk minder erfbelasting. We zetten de regels voor u op een rij.

Bij een schenking op papier legt u op papier vast dat u iemand over een bepaalde tijd een bedrag geeft. Bijvoorbeeld omdat u het geld nu nog niet kan missen. Of omdat het ‘vastzit’ in uw woning. Een schenking op papier heet in notariële akten vaak een ‘schuldigerkenning uit vrijgevigheid’.

Vermogensoverdracht

Als u zich aan een aantal regels houdt, kan dit voordelig zijn. Daarom maken vooral ouders hiervan gebruik om hun vermogen over te dragen op hun kinderen. Het bedrag dat de ouders op papier schenken, telt namelijk niet mee met hun erfenis. De kinderen betalen daardoor minder erfbelasting.      

De schenkers moeten wel zorgen dat zij:

  • de schenking door een notaris laten vastleggen, dat moet bij elke volgende schenking opnieuw;
  • over het geschonken bedrag elk jaar 6% rente betalen aan de ontvanger.

U moet rente betalen, omdat de Belastingdienst de schenking op papier ziet als een schuld. De ontvanger heeft uw schenking als het ware direct weer aan u terug geleend.

Wel aangifte schenkbelasting doen
De ontvanger moet aangifte schenkbelasting doen van het bedrag van de schenking op papier, als:

  • het bedrag hoger is dan € 5.363 als u de schenking van uw ouders krijgt (dit bedrag wordt € 5.427 in 2019);
  • het bedrag hoger is dan € 2.147 als u de schenking van iemand anders krijgt (dit bedrag wordt € 2.173 in 2019).

De schenker en de ontvanger geven een schenking op papier allebei op in de aangifte inkomstenbelasting  omdat uw schenking een schuld is, geeft u die op in uw aangifte inkomstenbelasting. U betaalt daardoor minder belasting over uw vermogen. U gaat daarbij uit van de waarde van de schuld op 1 januari.

Voor de ontvanger werkt het net de andere kant op. Die vult het bedrag van de schenking in bij ‘uitgeleend geld en andere vorderingen’ in de aangifte. De ontvanger houdt ook de waarde van de vordering op 1 januari aan.

Tot slot adviseren wij u om vooraf goed in kaart te brengen wat de (fiscale) gevolgen zijn voor u en de ontvanger bij vermogensoverdracht en (verhoogd) belastingvrij schenken. Denk daarbij ook aan de gevolgen voor toeslagen en aftrekposten.

Meer weten over vermogensoverdracht en belastingvrij schenken? Neem contact met ons op via nummer 040-2222112  of mail naar info@duisenburgh.nl

DisclaimerDe verstrekte informatie mag nimmer worden opgevat als een persoonlijk advies. U dient de juistheid en volledigheid van deze informatie altijd te verifiëren en in samenspraak met uw adviseur om uw persoonlijke situatie te bespreken.

Tips belastingvrij schenken aan uw kinderen in 2018

Wilt u uw vermogen doorgeven aan de volgende generatie? Of uw kind helpen bij het kopen van een huis?
Dan is het goed om te weten op welke manieren u dit slim kunt doen.

U kunt dit doen tijdens uw leven met een schenking of na uw overlijden via de nalatenschap. De belastingdienst kijkt mee of iemand belasting moet betalen. U wilt natuurlijk dat u en uw kinderen zo min mogelijk belasting betalen. Bij leven schenken aan uw kinderen heeft een aantal voordelen. Het is niet alleen dankbaar, maar kan ook nog belastingvoordeel opleveren mits u de regels van belastingvrij schenken in acht neemt. Wat zijn deze regels in 2018? Wij zetten vier tips voor u op een rij.

1. Schenk tot € 100.800 belastingvrij indien uw kind dit gebruikt voor een koophuis

De Regering heeft besloten om de vrijstelling vanaf 2018 te verhogen tot 100.800 euro, mits de schenking verband houdt met de eigen woning. Dit zijn de voorwaarden:

  • Uw kind gebruikt het geld (schriftelijk) aantoonbaar voor de aankoop of verbouwing van zijn / haar huis. Of voor de aflossing van de hypotheek of restschuld. Of uw kind koopt er erfpacht-, opstal- of beklemmingsrechten mee af.
  • Uw kind of de partner is tussen de 18 en 40 jaar.
  • Uw kind gebruikt het geld vóór 2021.
  • U heeft niet in een eerder jaar meer dan € 5.363  belastingvrij geschonken aan uw kind.

2. Schenk tot € 5.363 belastingvrij; uw kind beslist zelf wat hij/zij met de schenking doet
U mag uw kinderen dit jaar sowieso belastingvrij € 5.363 schenken. Uw kind hoeft daarover geen aangifte schenkbelasting te doen. Doet u vaker in het jaar een schenking? Dan moet u de bedragen bij elkaar optellen. Is het totaalbedrag hoger dan € 5.363? Dan betaalt uw kind wel schenkbelasting. Verder is het zo dat de belastingdienst de ouders als één schenker ziet. Simpel gezegd betekent dat, dat uw kind belasting betaalt, zodra de ouders meer dan € 5.363 schenken. Dus houd de grens van € 5.363 in de gaten.

3. Schenk eenmalig € 25.731 belastingvrij
U mag als ouders één keer in het leven van uw kind € 25.731 belastingvrij schenken. De voorwaarden zijn dat uw kind of zijn/haar partner tussen de 18 en 40 jaar is. U mag dit jaar niet óók nog € 5.363 schenken. En u heeft niet in een eerder jaar meer dan € 5.363 belastingvrij geschonken aan uw kind.

4. Schenken om een dure studie van uw kind te betalen? Leg het vast in een akte!

Als ouders mag u € 53.602 belastingvrij schenken aan uw kind mits de studie of opleiding minstens € 20.000 per jaar kost (exclusief levensonderhoud). Ook moet een notaris de schenking hebben vastgelegd in een akte, waarin staat:

  • voor welke studie de donatie is bedoeld;
  • hoe hoog de verwachte kosten van uw opleidingstraject zijn;
  • dat de schenking vervalt als uw kind het bedrag niet vóór 2021 heeft besteed aan zijn/haar opleiding.
  • Meer weten over vermogensoverdracht en belastingvrij schenken? Neem gerust contact op.
  • Ook mag u uw kind niet in een eerder jaar meer dan € 5.363 belastingvrij hebben geschonken en is uw kind of de partner tussen de 18 en 40 jaar oud. Uw kind en u moeten
    schriftelijk kunnen aantonen dat de schenking is betaald, en dat uw kind de schenking echt heeft gebruikt voor zijn/haar studie.Meer weten over vermogensoverdracht en belastingvrij schenken?  Neem gerust contact op via 040 2222112 .

Belastingplan 2017 Exit pensioen in eigen beheer

Het wetsvoorstel “uitfasering pensioen in eigen beheer” is eindelijk ingediend. Hier is jarenlange discussie, een brievenreeks van de Staatssecretaris en uitvoerig overleg met de commissie van financiën aan voorafgegaan. Het wetsvoorstel, dat Staatsecretaris Wiebes heeft ingediend met Prinsjesdag, treedt op 1 januari 2017 in werking. Het regelt de uitfasering van het pensioen in eigen beheer. De DGA moet vanaf 1 januari 2017 de opbouw van zijn pensioen in eigen beheer stopzetten.

De eigen BV van de DGA wordt als toegelaten aanbieder voor pensioen geschrapt. Vervolgens heeft de DGA de keuze:
1)-Geen actie ondernemen
2)-Afstempelen en afkopen
3)-Afstempelen en omzetten naar oudedagsverplichting

1) Geen actie ondernemen
Indien de DGA besluit om geen actie te ondernemen, blijven de regels van het pensioen in eigen beheer gelden zoals deze op 31-12-2016 van toepassing waren. De DGA mag dan niet meer doteren en de pensioenverplichting wordt bevroren. Indexatie van de pensioenaanspraak is toegestaan. Vanzelfsprekend moet de pensioenverplichting ieder jaar actuarieel worden berekend.

2) Afstempelen en afkopen
Indien de DGA kiest voor afkopen, worden de pensioentoezeggingen op fiscale grondslagen gewaardeerd. Feitelijk wordt de commerciële waarde gelijk aan de fiscale waarde. Bij afkoop is wel loonbelasting verschuldigd, maar géén revisierente. Na afkoop ontvangt de DGA van de BV het nettobedrag. Hij kan dit naar eigen inzicht besteden. Door de afkoop van de pensioenverplichting is er geen sprake meer van een oudedagsvoorziening.
De Staatssecretaris maakt afkoop fiscaal aantrekkelijk door een korting te geven op de loonbelasting. Als de DGA in 2017 voor afkoop kiest, bedraagt de korting 34,5% en is men over 65,5% loonbelasting verschuldigd. In 2018 bedraagt de korting 25% en in 2019 vervolgens 19,5%. De korting wordt verleend op de fiscale balanswaarde van de pensioenverplichting van 31 december 2015. De BV krijgt geen korting voor de aangroei van de verplichting in 2016. Hiermee wil de Staatssecretaris anticipatie-effecten voorkomen.

3) Afstempelen en omzetten naar oudedagsverplichting
De DGA kan ook kiezen om de pensioenverplichting na afstempeling om te zetten in een oudedagsverplichting. De DGA mag de oudedagsverplichting vervolgens niet meer verder opbouwen. Wel wordt de verplichting ieder jaar opgerent volgens een systematiek die nog moet worden vastgesteld. Kiest de DGA voor de oudedagsverplichting, dan blijven de liquide middelen beschikbaar in de onderneming. De BV rekent niet af en hoeft niets aan de DGA uit te keren.  Als de DGA met pensioen gaat, moet hij beslissen wat hij met de oudedagsverplichting gaat doen. Hij mag het bedrag van de oudedagsverplichting gebruiken voor een lijfrenterekening of in eigen beheer laten uitkeren in 20 jaar. Als de DGA overlijdt voordat de uitkering is ingegaan, start de uitbetaling van de termijnen binnen 12 maanden na overlijden. De termijnen worden uitgekeerd aan de erfgenamen. Als de uitkering al wel is ingegaan, hebben de erfgenamen recht op de resterende termijnen.

Misbruik
De Staatssecretaris voorziet dat DGA’s in 2016 zoveel mogelijk doteren aan pensioenvoorziening om vervolgens te kunnen afstempelen en afkopen dan wel omzetten in een oudedagsverplichting. Het wetsvoorstel voorziet daarom in een antimisbruikbepaling. Hierin staat dat, wanneer de opbouw van pensioen in eigen beheer in 2016 meer dan 125% van de opbouw in 2015 bedraagt, er over deze opbouw geen afstempeling en afkoop of omzetting mogelijk is.
Meer weten over de consequenties van het belastingplan 2017 voor uw pensioen in eigen beheer ? Neem contact op met de pensioenadviseur van Duisenburgh via 040-222 21 12.

Afschaffing Verklaring Arbeidsrelatie

Op 1 mei vervalt de Verklaring Arbeidsrelatie (VAR)De VAR gaf aan opdrachtgevers vooraf zekerheid over de voorgenomen arbeidsrelatie. Opdrachtgevers wisten zeker dat ze geen loonheffingen hoefden in te houden en af te dragen voor de ingehuurde arbeidskrachten. De VAR geeft de zelfstandige ondernemer geen zekerheid of er sprake was van een loondienstverband. Als achteraf bleek dat er toch in loondienst was gewerkt werden de ondernemersfaciliteiten teruggenomen. De opdrachtgever was echter niet aansprakelijk.

Wat verandert er?
Door de invoering van de modelovereenkomsten is er sprake van een gedeelde verantwoordelijkheid bij de opdrachtgever en opdrachtnemer. Als achteraf blijkt dat er toch sprake is van loondienst dan zijn beide partijen aansprakelijk voor de eigen belasting- en premieverplichtingen. De Belastingdienst heeft in samenwerking met onder andere VNO-NCW, MKB Nederland en FNV Zelfstandigen een aantal algemene modelovereenkomsten opgesteld. Daarnaast zijn er ook modelovereenkomsten voor specifieke branches en beroepsgroepen. Denk daarbij aan overeenkomsten voor artiesten, waarnemende huisartsen, ICT professionals en zelfstandigen in de bouw. Een aantal bepalingen in deze overeenkomsten zijn vast en mag u niet aanpassen. Deze zijn namelijk van wezenlijk belang als het gaat over het wel of niet aanwezig zijn van een dienstverband.

Definitie dienstverband
Wanneer u gebruik maakt van de door de Belastingdienst beschikbaar gestelde modelovereenkomsten dan hoeft u deze niet ter goedkeuring voor te leggen. Dit is wel nodig als u een eigen overeenkomst wilt gebruiken. Bij alle overeenkomsten draait het steeds om de vraag of er géén sprake is van een dienstverband. Om dit vast te kunnen stellen is het handig om te weten wanneer er wél een dienstverband is.

Een dienstbetrekking heeft de volgende kenmerken:
• de werknemer is verplicht om voor de werkgever te werken;
• de werkgever is verplicht om de werknemer voor het werk salaris te betalen;
• tussen de werknemer en de werkgever bestaat een gezagsverhouding.

Volgens de Belastingdienst is er sprake van een echte zelfstandige als deze:
• zich vrij kan laten vervangen;
• alleen een vergoeding krijgt voor de werkelijk gemaakte kosten;
• de werkzaamheden zelfstandig en naar eigen inzicht kan uitvoeren.

Wanneer u een stukadoor, een tuinman of een schilder inhuurt voor een klus dan is duidelijk dat er geen sprake is van een dienstverband. Wanneer er echter sprake is van een duurzamere samenwerking dan wordt het lastig. Vaak maakt u gebruik van iemand om zijn specifieke kwaliteiten en heeft u een mening over de wijze waarop het werk verricht moet worden. U wilt niet dat er zomaar iemand anders komt en u geeft al snel richtlijnen waaraan iemand zich moet houden. En daar zit natuurlijk het probleem.

De grenzen tussen het wel of niet aanwezig zijn van een dienstverband zijn niet zo duidelijk als de Belastingdienst het wil doen voorkomen. Opdrachtgevers en opdrachtnemers krijgen van de Belastingdienst tot 1 mei 2017 de tijd om hun werkwijze indien nodig aan te passen. U bent trouwens niet verplicht om een modelovereenkomst of voorgelegde overeenkomst te gebruiken.  De opdrachtgever moet dan zelf bepalen of er sprake is van een dienstbetrekking en of hij bijvoorbeeld wel of geen loonheffingen moet betalen. Ons advies is om afspraken schriftelijk vast te leggen en gebruik te maken van de modelovereenkomsten.

Bij vragen over het toepassen van de juiste modelovereenkomst adviseren wij u graag !

Veranderingen in kindregelingen!

Heeft u kinderen? Dit is er veranderd.

Vanaf 2015 is er het een en ander veranderd voor wat betreft de kindregelingen in Nederland. Er zijn nu nog 4 regelingen die ouders financieel ondersteunen.
Dit zijn:

  • de kinderbijslag;
  • het kindgebonden budget;
  • de combinatiekorting;
  • de kinderopvangtoeslag.

De overige regelingen kom te vervallen of gaan op in andere regelingen. De regelingen die verdwijnen vanaf 2015 zijn:

  • ouderschapsverlofkorting;
  • aftrek levensonderhoud voor kinderen;
  • alleenstaande ouderkorting;
  • aanvulling op het minimuminkomen voor alleenstaande ouders.

Veranderingen in het kindgebonden budget en de kinderbijslag

Het kindgebonden budget is een tegemoetkoming voor ouders in de kosten voor kinderen tot 18 jaar. De wet hervorming kindregelingen verandert het kindgebonden budget op een aantal punten:

  • Alleenstaande ouders krijgen vanaf 1 januari 2015 extra kindgebonden budget. De aanvulling voor alleenstaande ouders met een minimumuitkering en de fiscale korting voor alleenstaande ouders verdwijnen. Voor een beperkte groep (alleenstaande ouders in de bijstand met toeslagpartner) komt een overgangsregeling tot 1 januari 2016.
  • Het budget van de tegemoetkoming in de onderwijsbijdrage en schoolkosten (WTOS) voor

kinderen jonger dan 18 jaar maakt per 1 augustus 2015 deel uit van het kindgebonden budget. Het bedrag voor alle kinderen van 16 en 17 jaar gaat omhoog.

  • De inkomensgrens van het kindgebonden budget gaat per 1 januari 2015 naar beneden. Hierdoor krijgen mensen met een inkomen boven deze grens minder tegemoetkoming.
  • De bedragen voor het 1e en 2e kind gaan per 1 januari 2015 omhoog.

Kinderbijslag is een bijdrage in de kosten voor de opvoeding van kinderen tot 18 jaar. Ook deze
regeling gaat veranderen:

  • De hoogte van de kinderbijslag wordt in 2014 en 2015 niet aangepast aan de prijsindex. Dit

betekent dat de kinderbijslag niet aan de inflatie wordt aangepast. De eerste aanpassing is per 1 januari 2016.

  • Voor uitwonende kinderen tot 16 jaar vervalt de toets op hun inkomen. Deze groep kinderen mag onbeperkt bijverdienen.
  • De tegemoetkoming voor ouders met thuiswonende gehandicapte kinderen (TOG) gaat per 1 januari 2015 op in de kinderbijslag.